gezin

Zonder toetsen is het leuker op school

didie-toets-school

Ons zoontje is dit jaar begonnen op de basisschool en de dochter van mijn man gaat binnenkort naar de middelbare school. En dus is ‘het onderwijs en toetsen’ een dagelijks gesprek. “Naar welke school wil je straks?”, vroeg ik onze 11-jarige meid. Ze wist het nog niet precies – de keuze in een stad als Breda is vrij uitgebreid – maar al snel werd duidelijk dat de sfeer van een gebouw voor haar van groot belang was, ongeacht de uitkomst van de CITO-toets: aandacht voor de omgeving in plaats van de harde feiten. Iets dat ik bij mezelf herken. Ik weet nog goed dat we ons zoontje – baby, enkele maanden oud – afmeldden bij de opvang in de wijk. Het had alle plussen op papier: dichtbij, flexibel, geen wachtlijst. Maar het gebouw en de sfeer stonden ons tegen: vierkante ruimtes, rumoerig, te veel kleur en fantasieloze meubels, en… weinig hoekjes om je terug te trekken. Een week later, bij een kinderopvang in het groen, zag ik onze held-in-wording wel zitten. Een karakteristieke oude boerderij met houten balken en vensters, en hoekjes voor de nodige geborgenheid. De bonus: volop dieren en groen als onze avonturier het binnenspelen even beu was. En dus kozen we deze plek, ook al moesten we daarvoor omrijden.

Lage score CITO-toets

Ongeacht alle wensen heeft een schoolgaand kind natuurlijk te maken met het toets-advies. Wordt het mavo, havo of vwo? De dochter van mijn man komt goed terecht, maar dat is niet voor iedereen het geval. Zo zijn er verschillende tieners met dyslexie, het probleem met lezen, spellen en schrijven waar deze kinderen ontzettend veel last van ondervinden. Daardoor is hun score op de CITO-toets dikwijls laag en worden ze al snel betiteld als minder slim; ook door leeftijdgenootjes in de klas. Ik zucht: wat een tragisch begin. Tientallen jong volwassenen met zo’n stempel heb ik op Design Academy Eindhoven gezien, de hbo school waar ik Hoofd Communicatie was. Stuk voor stuk wijze en leergierige studenten die op een fascinerende manier naar de wereld keken. Ze trokken alle vanzelfsprekendheden in twijfel om vervolgens nieuwe oplossingen te vinden voor de sociale vraagstukken in de maatschappij.

Ik zal nooit onderschatten hoeveel ik van hen heb geleerd.

Wat zegt een toets?

Ik herinner me ook mijn eigen CITO-toets. Een mooie score, gezegend met gymnasium advies. Dat was anders voor mijn man, moeilijk lerend en een lager advies. Maar achter zijn leerproblemen schuilde een groot basketbaltalent: een strategische speler die nooit opgeven zou. En bovendien een buitengewoon sociale, empathische jongen die later menig zakendeal sluiten zou. Hij verhandelt inmiddels miljoenen in de olie-industrie en staat nog steeds in het veld waar hij steevast bikkelt voor de winst. Mijn enthousiasme voor studeren heeft me prachtige studies en banen gebracht, al kwam daardoor mijn liefde voor handvaardigheid minder aan bod. Iets dat ik nu probeer in te halen, ook als het de afwas is.

Stress voor de toets

Onze kleuter, nieuw op school, wordt vast en zeker ook getest. Al duurt dat hopelijk nog lang, want het geeft sommige kinderen ontzettend veel stress. In een tv-programma over de toetscultuur van het onderwijs kwam de 6-jarige Olivier aan bod: bij de dokter beland vanwege astmatische klachten die het gevolg van CITO-stress bleken te zijn. Zijn vader, de zen filosoof Jan Bor, vroeg zich af waarom we kinderen toetsen en testen. Hij onderzocht de wereld van big data bij kinderen; de gedigitaliseerde toekomst van testen, er is geen ontkomen aan. Winstgevende tech-bedrijven ontwikkelen leerlingvolgsystemen die het brein van de kinderen bloot leggen en met algoritmen het leergedrag voorspellen. Ik zie grafieken, diagrammen en gemiddelden, waar blijft het sensitieve kind? De CITO-toets, in 1968 opgericht om het onderwijs te democratiseren, lijkt te zijn verworden tot een rigide datasysteem. In de jaren zeventig zorgde de nieuwe CITO voor een objectief advies, zodat de zoon van een timmerman ook kans op het vwo had.

Ik vraag me af: verklaart dat anno 2018 nog steeds haar bestaansrecht?

Geen toetsen meer

Een school zonder toetsen, Nederland kent ze gelukkig al. Nieuwe initiatieven waar opdrachten in plaats van gestandaardiseerde toetsen inzicht geven in de vaardigheden van een kind. Wars van gemiddelden en niet langer die preoccupatie met rekenen of lezen, de standaard vaardigheden die scholen testen. Want volgende de Finse onderwijskundige Pasi Sahlberg, ook geïnterviewd door Jan Bor, leidt dat tot een beperkt onderwijsaanbod. Als reken- en leesscores bepalen wat het niveau van de leerlingen en dus het aanzien van de school is, zal dat ook het lesaanbod bepalen. Nóg meer wiskunde en taal dus. Ik heb een ander plan: het lijkt me zoveel leuker te ontdekken hoe ons zoontje andere kinderen helpt en tegelijkertijd onorthodox kliedert met verf omdat hij misschien wel de nieuwe Van Gogh is.

Vertrouwen in de juf

Volgens expert Sahlberg is er een oplossing voor onderwijs zonder al die toetsen. Daar kunnen we zelf het nodige aan doen:

Geloof in de roeping van de meester en juf.

Ik ben vóór, en niet alleen omdat mijn moeder een integere, invoelende onderwijzeres was. Ik steun een maatschappij waarin we onze leraren en scholen op hun expertise vertrouwen. Een wereld waarin we zien dat de juf met al haar liefde voor de klas staat en de directeur zijn ‘kroost’ niet zomaar aan het lot overlaat. Het zou schelen als de regering deze mensen steunt en wij als ouders ons neurotisch controlegedrag erkennen om af en toe onze aandacht te verleggen; en ervoor te zorgen dat het thuis wat minder gecompliceerd is.

2 Comments

  • Reply
    Tanja Swinkels
    januari 10, 2018 at 9:36 am

    Mooi geschreven Didie! Heel herkenbaar! Zeker als je vier kinderen hebt die dyslectisch, bijzonder creatief, en heel sociaal zijn. Uniek ieder op zijn of haar manier!

    • Reply
      Didie
      januari 10, 2018 at 1:13 pm

      Ontzettend fijn dat je jouw herkenning deelt. Een nieuwe wereld vol prachtige kinderen zoals die van jou.

    geef een reactie