zelfbewust

Schoonheid kan gruwelijk zijn

schoonheid-uiterlijk

Ik mag het niet van mezelf. Een bezoek aan een luxe haarsalon of massages in een spa. En op design kleding rust sowieso een vloek. Lipstick is verboden gebied, evenals de Glamour en de ELLE. Schoonheid is vies geworden. Die tijd is voorbij. Ik leef nu bewust: ik ga naar de low budget kapper en wacht een uur op mijn beurt. Ik schrijf me in voor een workshop kleding herstellen en neem mijn blaasontsteking op de koop toe: die gaten in mijn pantoffels herstel ik zelf wel. Mijn verzameling uitgedroogde make-up gaat naar mijn nichtjes en ik smeer bloemenzalf op mijn gezicht. Op straat verwen ik mijn hongerige intellect met de NRC en thuis gaat de thermostaat omlaag:

De papieren wijsheid doet het goed in de kachel.

De glamour voorbij

Is schoonheid lelijk geworden? Mijn baan bij L’Oréal is weggevaagd door mijn boeddhistisch werk. Het schrijven over mode vervangen door de Happinez blog en mijn Jean Paul Gaultier jasje verruild voor een wollen sjaal en legging van eco katoen. Verdwijnt met de tijd de aandacht voor alles wat glitter en glamour is? Sophia Loren en Brigitte Bardot lijken er geen probleem mee te hebben en laven zich nog steeds aan alles wat schittering is. Maar ik keer me naar binnen en kijk alleen nog in de spiegel van de ziel.

Heimwee naar schoonheid

Waarom dan toch die heimwee naar mijn verzameling modebladen uit mijn pubertijd en de zelfgemaakte galajurken uit mijn jeugd. Wat zegt die voortdurende fascinatie voor de ontwerpers van haute couture. Loslaten lukt me niet en bij iedere poging wordt de herinnering meer waard; omdat ik het mooie mis. Maar ja, wie durft er op de helft van zijn leven überhaupt te verlangen naar schoonheid? Voor mij rust er een taboe op zo’n oppervlakkige kijk.

Een diepere laag

Ik zoek de oplossing in een grijs gebied, iets tussen al wat mooi en lelijk is. Zoiets als schoonheid die er toe doet. Want een zijdezacht weefsel gemaakt door de beste ambachtslieden uit het Midden-Oosten zegt mij zoveel meer dan een niemendalletje van de Primark. En de romantische geur van Franse rozen, zorgvuldig geselecteerd voor het parfum van Chanel, betovert een wereld waar de gemiddelde eau de toiletgeur niet tegenop kan. De woorden van de Belgische ontwerper Olivier Theyskens geven me kracht. In de Vogue vertelt hij over de kracht van schoonheid die je kan sterken en troosten, maar die je niet te veel moet willen verklaren. En over al het mooie op de plekken waar je het niet verwacht:

Schoonheid met diepte, niet de oppervlakkige variant.

Gruwelijk gezicht

Is het daarom dat ik niet veel later geconfronteerd word met een vrouw die gekweld lijkt te worden door een gruwelijk gezicht. Ze trekt mijn aandacht tijdens een kopje koffie in een restaurant. Ik, druk in gesprek met twee vriendinnen en zij, zittend tegenover een andere vrouw, noodgedwongen drinkend via een rietje in een glas. Nog nooit heb ik zo’n afgrijselijk gezicht gezien: het is de vrouwelijke versie van de ‘Elephant Man’, de wreed verminkte man die in 1981 door David Lynch werd verfilmd. Maar deze scène is geen Oscar materiaal, dit is de misselijkmakende realiteit! Dankzij haar ledematen is ze nog te herkennen als mens, maar voor het overige zie ik naar een buiten proportioneel opgezwollen hoofd. Ik kijk om me heen en onderzoek hoe de rest van de gasten in het restaurant zich gedraagt. Het lijkt iedereen te ontgaan. Ben ik dan toch in een film beland en is dit een grote samenzwering van het schoonheidssyndicaat?

Een lelijke geest

“Zullen we zo weer gaan?”, vragen mijn vriendinnen. Ik kijk op en ontwaak: dit restaurant met de mismaakte olifant-vrouw is realiteit. Ik doe mijn best om nog iets van haar schoonheid te ontdekken. Niet te doen. Ondertussen groeit een lelijk gevoel in mij. Niet vanwege haar verschijning, maar door toedoen van mijn geest. Hoe kan ik zo’n preoccupatie met mijn ‘schone’ leefwereld hebben, terwijl anderen iedere dag opnieuw moeten vechten voor een beetje bestaan.

Niets zo relatief als lelijk en mooi.

Een mooie verpakking

Ik bedenk me dat vermeende lelijkheid net zo vergankelijk als schoonheid is. En laten we iedereen die ooit lelijk begonnen is, de tweede helft van zijn leven adembenemend mooi zijn. En ik? Misschien ben ik altijd lelijk geweest en zit al het wanstaltige in het schone verpakt. En dan nog, mooi meisje of niet: Louis de Veertiende zou nooit naar me hebben omgekeken in zijn Chateau en ik zou een weerzinwekkende verschijning zijn geweest tussen de geisha’s in het Japan aan het begin van de vorige eeuw. Mooi-zijn is niet alleen relatief, het hangt van zoveel meer af.

Lelijke flirt

Ik kijk nog even naar de 17-jarige Didie, Miss Nederland 1995. En denk aan alles wat werelds en mooi was. Een jong meisje dat de wereld wilde ontdekken, iets dat voor haar niets met uiterlijk te maken had. Nee, ze wist dat het leven onvoorwaardelijk veel te bieden had. Meer dan ze ooit zou overzien. En dat ze nooit opgeven zou om er iets moois van te maken, ongeacht het lelijke waarmee de buitenwereld haar soms verrassen zou. Ik fluister haar toe: “Blijf stralen en flirt met alles, ook als het wanstaltig is. Word geen andere vrouw, maar nog meer van wat je al bent.

Zo versta je de ware schoonheid van het leven.

Volkswaarheid

Terwijl ik mijn laatste woorden typ, word ik verrast door de volksmuziek van René Froger. Zijn zanggeweld galmt door de ruimte waar ik werk. Kitsch, maar op dit moment ware kunst: “Why are you so beautiful?” Heeft hij het tegen mij? Ik schaam me diep, denkend aan de misvormde vrouw. Wie ben ik om mooi te zijn? Maar Froger heeft het beter begrepen dan alle geleerden bij elkaar: “Where there’s a beauty, there’s always a fool.”

1 reactie

  • Reply
    Tinie Diels
    januari 16, 2018 at 2:38 am

    Heftig.
    Sommige passages lees ik gretig. Maar sommige passages lees ik aarzelend. Ik word een beetje huiverig door het onderwerp en wil niet met een naar gevoel het verhaal neer leggen, gelezen en wel. Maar gelukkig. Het nare gevoel waait over en je geeft een fraaie afronding naar mijn idee.
    Gelukkig!

  • geef een reactie