Menu
mindful leven

Lachen voor een lichter leven

leer lichter leven met boeddhistische wijsheden

Is er binnen de oosterse wijsheidstradities ook ruimte om te lachen? Vaak zie je monniken die uiterst geconcentreerd hun geloofsteksten uitspreken. Ook in documentaires worden kloosters getoond waar boeddhistische leraren en leerlingen volgens strikte regels samenleven. Toch is er genoeg ruimte voor ontspanning en humor. Het verschilt per traditie, cultuur en land, maar plezier hoort ook thuis in de wereld van boeddhisme en oosterse filosofie.

Tijdens mijn bezoek aan het mindfulness klooster in Frankrijk viel me op hoeveel plezier de nonnen en monniken hadden.

Een glimlach was nooit ver weg. Ook genoot iedereen zichtbaar van de ‘lichtere’ activiteiten zoals samen zingen en muziek maken. Deze open en vriendelijke houding is niet vreemd als je je beseft wat essentieel is voor mindfulness: leven in het nu zonder oordeel met compassie. Met andere woorden, je ervaart wat er op dit moment is en hebt daar geen oordeel over. Je bent zichtbaar betrokken bij andere mensen zonder medelijden. Als er verdriet is, heb je aandacht voor de ander. En is er blijdschap, dan deel je die ook.

mindfulness maakt je leven lichter
Twee nonnen die ik fotografeerde in het mindfulness klooster Plum Village.

Niet alleen in de mindfulness kloosters ervaar je het plezier van lichter leven, ook andere boeddhisten gebruiken humor voor alledaagse wijsheden.

Een bekende monnik die dankzij zijn humor wereldwijd mensen weet te inspireren is Ajahn Brahm. Zijn boeken en levenshouding vormen een bron van inspiratie voor iedereen die het zwaar te verduren heeft en behoefte heeft aan een verfrissende kijk op het leven. De van oorsprong Britse monnik (geboren in Londen 1951) behaalde een graad in theoretische fysica aan de Universiteit van Cambridge. Hij werd monnik in 1974 in Thailand. Momenteel is hij abt van het grootste boeddhistische klooster in Australië.

lichter leven vanuit boeddhisme
De boeddhistische monnik Ajahn Brahm maakt het leven lichter met humor.

Voor een groeiend internationaal publiek is hij de populaire boeddhistische leraar die mensen leert mediteren en helpt bij het ontwikkelen van dieper spiritueel inzicht. Regelmatig spreekt hij zich uit over sociale onrechtvaardigheid en schendingen van de mensenrechten. Hij zet zich in voor de rechten van asielzoekers en streeft naar gelijkheid voor mannen en vrouwen, voor boeddhistische nonnen in het bijzonder.

Ajahn Brahm is een meesterverteller die het dagelijkse leven op humoristische wijze verbindt met boeddhistisch wijsheden.

Eerder schreef hij een internationale bestseller met humoristische vertellingen. Dit jaar heeft de uitgever van het boeddhistische instituut Maitreya het inspirerende boeddhistische boek vertaald in het Nederlands: Wie heeft die strontkar besteld?

Vrijwel nooit eerder werden de boeddhistische wijsheden zo beeldend en onderhoudend in korte verhalen verteld.

Deze verzameling van 108 verhalen van ervaringen, zowel uit de overlevering als heel persoonlijke, laten je lachen of huilen, maar zijn vooral ook bemoedigend en stemmen tot nadenken. De verhalen zijn voor groot en klein, om voor te lezen of voor jezelf, wanneer het leven zich weer eens van een vervelende kant heeft laten zien.

Een van de verhalen om lichter te leven deel ik hier. Laat het een inspiratie zijn voor jouw kijk op het leven.

Het verhaal over de twee slechte bakstenen, door Ajahn Brahm.

Nadat we in 1983 de grond voor ons klooster hadden gekocht waren we blut. We hadden schulden. Er stonden geen gebouwen op het land, zelfs geen schuurtje. Die eerste weken sliepen we op oude deuren die we goedkoop hadden gekocht bij de kringloopwinkel; we zetten ze op bakstenen, onder elke hoek één, zodat ze niet op de grond lagen. (Er waren natuurlijk geen matrassen – we waren woudmonniken.). De abt had de beste deur, de platte. Mijn deur was geribbeld met een fors gat in het midden waar de deurknop had moeten zitten. Ik was blij dat de deurknop eraf was, maar daardoor zat er nu midden in mijn deur een gat. Ik zei voor de grap dat ik nu niet uit bed hoefde om naar het toilet te gaan!

De koude waarheid was echter dat de wind door het gat naar boven kwam. Ik sliep die nachten niet veel.

We waren arme monniken die gebouwen nodig hadden. We konden het ons niet veroorloven een aannemer in te huren – de materialen waren al duur genoeg. Ik moest dus leren hoe je moest bouwen: hoe je de funderingen gereedmaakt, hoe je met beton en bakstenen werkt, het dak erop zet, het sanitair aanlegt – het hele verhaal. Tijdens mijn lekenleven was ik theoretisch fysicus en leraar op een middelbare school  geweest, ik was dus niet gewend om met mijn handen te werken. Na een paar jaar werd ik heel vaardig in het bouwen, en noemde ik mijn ploeg zelfs de BBC (Buddhist Building Company). Maar toen ik begon was het heel moeilijk.

Het ziet er misschien gemakkelijk uit om een baksteen te leggen: gewoon een kwakje specie eronder, een tikje hier, een tikje daar. Toen ik bakstenen begon te leggen, klopte ik altijd de ene hoek naar beneden om hem waterpas te krijgen, maar dan kwam de andere hoek naar boven. Dus dan klopte ik die hoek weer naar beneden, maar dan lag de baksteen niet meer recht. Nadat ik hem weer recht had geduwd lag de eerste hoek dan weer te hoog. Je zou het zelf eens moeten proberen!

Als monnik had ik geduld en tijd te over. Ik zorgde ervoor dat iedere baksteen perfect lag, hoe lang dat ook duurde.

Ten slotte had ik mijn eerste bakstenen muur af en deed ik een paar passen naar achteren om hem te bewonderen. Pas toen merkte ik – nee toch! – dat ik twee bakstenen over het hoofd had gezien. Alle andere bakstenen lagen mooi in lijn, maar deze twee helden op een hoek over. Ze zagen er vreselijk uit, bedierven de hele muur. Ze maakten hem ontoonbaar. Op dat moment was de metselspecie te hard om de bakstenen er nog uit te halen, dus vroeg ik de abt of ik de muur mocht slopen en opnieuw mocht beginnen – of, beter nog, of ik hem mocht opblazen.

Ik had er een zooitje van gemaakt en ik was uit het veld geslagen. De abt zei nee – de muur moest blijven staan.

Bij het rondleiden van de eerste bezoekers in ons beginnende klooster, probeerde ik altijd te vermijden ze mee te nemen langs mijn bakstenen muur. Ik vond het vreselijk als iemand hem zou zien. Maar toen ik op een dag, zo’n drie of vier maanden nadat ik de muur af had, met een bezoeker rondliep, zag deze man de muur. ‘Dat is een mooie muur,’ merkte hij terloops op. ‘Meneer,’ antwoordde ik verbaasd, ‘hebt u uw bril in uw auto laten liggen? Bent u visueel gehandicapt? Kunt u die twee slechte bakstenen niet zien die de hele muur bederven?’ Wat hij vervolgens zei veranderde mijn hele kijk op die muur, op mijzelf, en op veel andere aspecten van het leven. Hij zei: ‘Ja, ik zie die twee verkeerde bakstenen wel. Maar ik kan de 998 goede bakstenen ook zien.’

Ik stond perplex. Voor het eerst in meer dan drie maanden kon ik de andere bakstenen in die muur los zien van de twee foute.

Boven, onder, links en rechts van de slechte bakstenen zaten goede bakstenen, perfecte bakstenen. Bovendien waren er veel en veel meer perfecte bakstenen dan de twee verkeerde bakstenen. Daarvóór richtten mijn ogen zich uitsluitend op mijn twee fouten; ik was blind voor al het andere. Daarom kon ik het niet verdragen naar die muur te kijken of die aan anderen te laten zien. Daarom wilde ik hem verwoesten. Nu ik de goede bakstenen kon zien, zag de muur er uiteindelijk niet zo slecht uit. Het was, zoals de bezoeker had gezegd, een ‘mooie bakstenen muur.’ Nu, twintig jaar later, staat hij er nog. Maar ik ben vergeten waar die verkeerde bakstenen precies zitten. Ik kan die fouten letterlijk niet meer zien.

Hoeveel mensen beëindigen een relatie of gaan scheiden omdat ze alleen maar de ‘twee verkeerde bakstenen’ in hun partner kunnen zien?

Hoeveel mensen worden depressief of denken zelfs aan zelfmoord, omdat ze in zichzelf alleen maar ‘twee verkeerde bakstenen’ zien? Maar in feite zijn er veel en veel meer goede bakstenen, perfecte bakstenen. Boven, onder, links en rechts van de foute – maar soms kunnen we die gewoon niet zien. In plaats daarvan richten onze ogen zich elke keer dat we kijken uitsluitend op de fouten. We zien alleen maar de fouten en we denken dat dat alles is wat er is, dus willen we ze kapotmaken. En soms maken we helaas een ‘hele mooie muur’ kapot.

We hebben allemaal onze twee verkeerde bakstenen, maar we hebben veel en veel meer perfecte bakstenen in ons dan die twee foute.

Wanneer we dat eenmaal zien, is de situatie zo slecht nog niet. Niet alleen kunnen we dan in vrede met onszelf leven, met inbegrip van onze vergissingen. Ook kunnen we er dan van genieten om met een partner te leven. Dit is slecht nieuws voor scheidingsadvocaten, maar goed nieuws voor jou.

Ik heb deze anekdote vaak verteld. Na een van die keren kwam een aannemer naar me toe en vertelde me een beroepsgeheim. ‘Wij bouwers maken altijd fouten,’ zei hij. ‘Maar dan zeggen we tegen onze klanten dat het “een origineel kenmerk” is dat geen enkel huis in de buurt heeft. En dan berekenen we een paar duizend dollar extra!’

Dus de ‘unieke kenmerken’ van jouw huis begonnen vermoedelijk als fouten. Zo kunnen dingen die je in jezelf, in je partner of in het leven als fouten zou kunnen opvatten, ‘unieke kenmerken’ worden die je tijd hier verrijken, als je eenmaal ophoudt je aandacht uitsluitend daarop te richten.

Een anekdote uit het boek ‘Wie heeft die strontkar besteld, Boeddhistische verhalen over geluk’.

Chat openen
1
Hallo 🙋‍♀️, kunnen we je helpen?